Dóórvragen

“Mag ik even storen?” Een ‘good looking’ stoere twintiger steekt zijn hoofd om de deur. “Ik heb gelezen dat er vanavond iets te doen is vanuit het IKZ (Integraal Kankercentrum Zuid), waar kan ik dat vinden?” Zeker een verpleegkundige van buiten, denk ik en zucht inwendig. Mijn collega van de frontoffice is afwezig en ik neem vanmiddag haar taken over. Vanuit mijn werkplek in de backoffice kan ik bezoekers maar nét zien binnenkomen en ik ben me ervan bewust dat ik vast niet erg uitnodigend kijk. Meteen schaam ik me. Mijn bezoeker kan er immers niets aan doen dat mijn agenda overvol en mijn collega ziek is. Ik nodig hem uit verder te komen.

 

Ik moet hem het antwoord helaas schuldig blijven. Er rinkelt geen belletje. Noch vanuit ons bureau Patiëntenvoorlichting, noch vanuit de specialismen is iets georganiseerd. Ik bel snel even met het IKZ. Ze weten nergens van. Het congresbureau dat ook ruimten verhuurt aan ‘externen’ heeft gelukkig het antwoord: Er is destijds een optie genomen door het IKZ voor een bijeenkomst in ons ziekenhuis. Dat wel, maar die is afgezegd. Ik moet mijn bezoeker dus teleurstellen. Er is geen bijeenkomst vanuit het IKZ en het spijt me dat dit verkeerd vermeld staat.

 

En pas dan kijk ik hem écht aan. Ik realiseer me dat ik niet eens weet waaróm hij hier belangstelling voor heeft. In zijn hand heeft hij de Intermezzo, onze patiëntenkrant. “Mag ik vragen naar de reden van je interesse”, vraag ik. Nog voordat hij antwoordt, weet ik het al. Dit is een patiënt en hij heeft eigenlijk een ándere vraag.

 

“Ik ben net genezen verklaard van een zeldzame vorm van lymfeklierkanker”, vertelt hij. “Ik had nog wat vragen aan mijn dokter. Hij heeft me veel uitgelegd hoor, maar hier wist hij geen antwoord op en zei me dat ik het hier maar moest vragen.” Hij zit inmiddels bij me aan tafel. Hij ziet er kwetsbaar maar tegelijkertijd vastberaden uit. Op mijn vraag waar hij nu echt mee geholpen is, kijkt hij me aan en zegt eenvoudig: “met iemand die dit ook heeft meegemaakt, maar die zijn er bijna niet.” Wat bleek: hij had zijn arts gevraagd en op internet gezocht naar mensen met precíes dezelfde zeldzame ziekte als hij. Die had hij niet gevonden. Maar waar hij eigenlijk behoefte aan had, was iemand met wie hij zijn ervaringen kon delen over hoe je je leven weer oppakt als je als 24-jarige kanker hebt gehad.

 

Opgewekt verlaat hij even later ons bureau. Maar wat had ik nu eigenlijk helemaal gedaan? Echt geluisterd en doorgevraagd. Wat verteld over de patiëntenvereniging. Dat daar mensen zijn die weliswaar een iets andere aandoening hebben gehad, maar wel hetzelfde hebben doorgemaakt. Met zijn beide handen pakte hij mijn hand vast. “Heel erg bedankt.” Onhandig volgde mijn antwoord: “graag gedaan hoor, kleine moeite, daar zijn we voor.”

 

De vraag is hoe lang nog? Want we moeten ‘de verantwoording laten bij wie die hoort’. ‘Voorlichting is de primaire taak van zorgverleners’, staat in steeds meer beleidsplannen beschreven. Hier en daar verdwijnen bureaus als het onze en worden vervangen door een open balie met een medewerker die een patiënt met een ‘voorlichtingsvraag’ vriendelijk terugverwijst naar de poli. Waar ‘mijn’ patiënt dus  net vandaan kwam en zijn echte vraag niet had gesteld. Waar niet werd dóórgevraagd.

 

Anja Geertsen

naar boven